donderdag 26 juni 2008

Afscheid.

Morgen moeten we afscheid nemen van onze school. En ik denk bijna dat ik het er moeilijker mee heb dan de jongens. We hebben deze avond cadeautjes gemaakt voor de juffen en Wout heeft dat met veel plezier gedaan. Al had hij zo toch lichtjes een voorkeur voor één van zijn twee juffen als ik hem bezig zag en hoorde. Willem had het moeilijker. Maar het gaat hem uitsluitend om zijn juf. Hij zal ze missen, zegt hij. Heel hard missen. Maar dat probleem kan ik onmogelijk oplossen. Volgend jaar blijft die juf in de school waar ze nu zitten en Willem kan daar niet meer zitten...Ze kijken er eigenlijk allebei naar uit om naar hun nieuwe school te gaan. Ondanks het verdriet dat Willem heeft dat hij zijn juf niet meer zal zien. De kindjes werden afgeroepen om te weten bij welke juf ze zouden zitten en Willem dus niet. Ik had er wat schrik voor, maar hij vond het helemaal niet erg. Hij weet al hoe zijn nieuwe juf zal heten en ze komt nog naar ons huis, dus voor hem is het al lang okee. En Wout heeft één van zijn nieuwe juffen al gezien. Al zal hij het moeilijker hebben in september.

En voor mij? Wat is er dan moeilijk voor mij? Het afscheid nemen van het kleuter voor Willem. Het afscheid nemen van de school op zich (ik zat er als kind ook). Het afscheid nemen van de juffen en het feit dat ik Jurre niet bij bekende gezichten zal achter laten in september. Het afscheid nemen van alle vertrouwde gezichten aan de schoolpoort. Ik ken veel namen van kindjes, ik weet welk kindje bij welke mama of oma hoort. Ook ik moet helemaal opnieuw beginnen. En ik zal niet meer met de fiets kunnen gaan en al zeker niet meer te voet. Vandaag ben ik dus nog maar eens te voet geweest met Jurre. En het was alsof hij het wist. Hij wil altijd wel een beetje in de buggy zitten, maar nu heeft hij heen en terug gewandeld zonder gedragen te willen worden, zonder in de buggy te willen zitten. Ja, ik heb het moeilijker dan de jongens. Zij kijken vooruit en ik kijk te veel achteruit. Was morgen al maar lang voorbij, want het ergste moet nog komen. Morgen nemen ze cadeautjes mee voor hun juffen. Morgen moet ik hen een prettige vakantie wensen. Morgen is mijn Willem geen kleuter meer. Kon ik morgen maar gewoon overslaan.